Voor de kus van een prinses
As you grow up and leave the playground
Where you kissed your prince and found your frog
Remember the jester that showed you tears
The script for tears….
Marillion, 1983; Script for a Jester’s Tear
Daar komen ze weer kankeren en klagen over hun ellendige bestaan. Jammerend bedingen ze verlichting van hun misère. Als of jij daarvoor verantwoordelijk bent. Deze keer heb je ze nog grover en bruter afgepoeierd dan anders. Opgelazerd met die schooiers. Waarom confronteren ze jou met hun walgelijke stank en afzichtelijke aanblik. Sommige zullen de littekens van je afwijzing een leven lang meedragen.
Je vuistslag in haar gezicht deed haar kermend en vloekend proberen weg te komen. Maar ze was oud en broos en je kon haar met gemak nog zeker twee, drie keer voluit raken. Voor je haar kaak verbrijzelde met een laatste stoot keert ze zich naar je toe. Je probeert het te herinneren. Wat zei dan? Kon je het niet verstaan? Of kun je het je niet herinneren? Je voelde haar botten breken en vlees scheuren. Het vocht onder haar huid kleeft aan je handen. Je veegt het af aan je jas, je broek. Nu lijkt wel alsof het overal aan plakt.
Nu zit je rechtop in bed. Je hebt gedroomd over de heks. In de droom sprak ze opnieuw tegen je. Je probeert het je te herinneren. Je probeert te zoeken naar betekenis van je vage hersenschimmen. Maar je gedachten dwalen af naar het onaangename gevoel dat alles kleeft. Het beddengoed lijkt aan je te plakken. Alsof een laagje vocht tussen je huid en de lakens is gekomen en half is ingedroogd. Je huid voelt week van het vocht. Is dit het bloed van de oude vrouw? Walgend van die gedachte spring je uit bed.
Springen? Je afzet is werkelijk geweldig. Je strekt je benen tot het uiterste en vliegt door de lucht. Je land op een meter afstand van het bed. Je weke huid lijkt uit te drogen. En dan dringt het tot je door. Dit is een krankzinnige niet te bevatten transformatie. Was dit de heks, was dit wat ze zei? Was het een betovering?
Maar als de vervloeking is uitgesproken door de incantatrix, staat tegenover deze maleficieum dan geen beneficium? Dit kan niet onherroepelijk zijn. Kan de verderfelijke slechtheid niet worden tenietgedaan door iets wat puur en onschuldig is? Is dat niet de schaal waarop de wereld balanceert? Dan is het nu slechts zoeken naar puurheid en onschuld om de transformatie ongedaan te maken.
Ze woont aan de ander kant van dit gebouw. Zij is puur. Zij is onschuldig. Haar kus is jouw redding. Haar onschuld jouw verlossing. Je kunt haar zien door het raam. Als je maar bij het raam kon komen. Uiteindelijk gaat dat best gemakkelijk. Met een flinke sprong bereik je de vensterbank.
Daar is ze. Achter het raam aan de andere kant. Puur en onschuldig. Je roept, je schreeuwt, je kwaakt. Je springt tegen het venster. Je zwaait, je wenkt, je springt, je schreeuw, je kwaakt. Opnieuw en opnieuw. Je kwaken wordt steeds zwakker en je springt steeds minder hoog. De zon brandt op je huid. De zon wordt sterker en jij steeds zwakker. Je springt nog een keer op naar de haar pure onschuld. Zonder haar ben je verloren. Maar de onschuld is zich van geen kwaad bewust.
Zo moet het wel gegaan zijn. Hoe kan anders het skelet van een kikker op de vensterbank op de derde verdieping van dit oude gebouw terechtkomen?